Aanvullingen

Jaap Hoogendam overleden

In de jaren zeventig van de vorige eeuw woonde Jaap Hoogendam in een oude boerderij midden in Ekehaar. Hij was o.a. actief in het lokale volleybal. Later verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij in 2020 overleed. Het dagblad Het Parool wijdde naar aanleiding van zijn overlijden een artikel aan hem. Het volledige artikel met foto’s is te lezen via de hieronder geplaatste link.

https://www.parool.nl/nieuws/kroegbaas-jaap-hoogendam-1948-2020-werd-onverschrokken-uitgever-in-suriname~be43a76b/

Ds. Nijenhuis gaat voor in diensten in Ekehaar


uit: Gerard Nijenhuis, Dat ik besta komt door de taal, door Lucas  Koops, uitg. Het Drentse Boek, 2018.

Behalve tussen 1981 en 1984 in Eext is Nijenhuis geen predikant meer van een vaste gemeente, maar al snel houdt hij regelmatig Drentstalige kerkdiensten in de provincie, bijvoorbeeld in Norg, Eext, Gieten, Dalen, Rolde en Ekehaar. In deze laatste plaats zijn de diensten in het plaatselijke dorpshuis. ‘Eerste en nog enige dominee in het Drents. Als scheper op zijn best in de gymzaalachtige entourage,’ schrijft redacteur Sjouke B. Dekker in 1984 in het maandblad Drenthe over de diensten in Ekehaar. Die trekken be- langstellenden uit de hele provincie. Gedeputeerde Jan Hollenbeek Brouwer is een van de vaste bezoekers. Het is ook in deze periode dat Nijenhuis zijn gezicht weer laat zien bij de bijeenkomsten van de Drentse Schrieverskring en dat hij opnieuw gaat publiceren

in het tijdschrift Oeze Volk. Over het preken in het Drents zegt hij in het interview met Joh. Drenthen, dat je door het gebruik van de streektaal veel dichter bij de mensen komt. ‘Het evangelie is vaak een vreemde boodschap. Het spreekt sterker aan, als je het brengt in de eigen taal. Vergeet niet, dat de Drentse volksgemeenschap toch al zo autonoom is, gesloten voor invloeden van buitenaf en dat geldt ook voor de invloed van het evangelie.’ Door het gebruik van het Drents kom je volgens Nijenhuis dichter bij het levensgevoel van de Drent. ‘Bovendien is het Drents een mooi dialect. Het is zo intiem met al z’n klei- ne woordjes en tussenkleurtjes. ’t Biedt taalkundig heel veel mogelijkheden. Ik spreek het graag en ik verheug me daarom ook zo op het gaan wonen in Eext.’ Enkele jaren later, hij is dan net gestopt als predikant in Eext, komt Gerard Nijenhuis op dit onderwerp terug. ‘Wat mensen een voordeel vonden, was dat ik Drents met ze praatte. Ik preekte geregeld in het Drents, vergaderde in het Drents en deed huisbezoeken en begrafenissen in het Drents. Dat laatste was wel vrij nieuw. In de streektaal kom je veel dichter bi de mensen.’
In maandblad Drenthe schrijft Gerard Nijenhuis in november 1974 zelf een bijdrage over de Drentstalige kerkdiensten. ‘In een tijd, waarin van de mensen in deze streken nogal wat gevraagd wordt door alle ingrijpende veranderingen die er optreden, waardoor men- sen met 1000 vragen rondlopen en maar heel weinig antwoorden krijgen, sta ik graag tussen hen in.
Niet op de kansel, hoog boven hen uit, maar liefst als in Ekehaar, op de vloer van de zaal, met beide benen op de grond en met de mensen heel dicht bij me. Dan is alle afstand weg. Dan wordt er ook spontaan geantwoord en met hart en ziel meegedaan. Dan zijn we uit boven de zoete sfeer van de folklore en hoe mooi het vroeger was. Dan leven we niet meer uit het heimwee naar de wereld van gisteren, maar dan zijn we opeens Gods volk onderweg naar de toekomst: oeze volk, waar ik bij wil horen en zo rechtstreeks mogelijk mee wil praten.’

Toch is Gerard Nijenhuis, als hij net is gestopt als predikant van de hervormde gemeen- te in Eext, niet alleen maar positief over de Drentse dorpssamenleving. ‘In de Drentse dorpsgemeenschap zijn we zacht en lief voor elkaar. Wij zeggen elkaar zelden de waar- heid. Nee! Dat is geen wreed systeem. ’t Is een systeem van onmacht. Verwerpen is te sterk uitgedrukt. Maar ik sta wel zeer kritisch t.o.v. bepaalde elementen ervan. Dat te dierbare, bijvoorbeeld over de dorpsgemeenschap, daar kan ik niet mee uit de voeten. Ik geloof dat als je bijvoorbeeld door studie afstand hebt genomen van Drenthe, je een soort dubbelheid ervaart; je wilt erbij horen, maar je hoort er niet bij.’ Over de verheerlijking van de dorpsgemeenschap zou Gerard Nijenhuis volgens eigen zeggen wel een donder- preek kunnen houden. ‘Ik heb er wel eens zo een gehouden. Ik kreeg daar veel respons op.’ Zo’n preek gaat dan bijvoorbeeld over de verdeeldheid in de Drentse dorpen. “In Ekehaar heb ik het wel eens over de rol van NSB daarbij gehad, waardoor er in sommige Drentse dorpen tientallen jaren lang verdeeldheid bleef bestaan. De oorlog ging er maar niet voorbij. Na de preek kwamen er dan mensen naar me toe die zeiden dat ze het geweldig vonden dat ik dit onderwerp aan de orde had gesteld.’


Een paar jaar geleden kreeg ik een mailtje uit Rotterdam van een lokale bierbrouwer dat bij het overschilderen van zijn bakfiets de naam Immenga te Ekehaar te zien kwam.